Op legale wijze diensten uitvoeren via ListMinut

Hoe diensten uitvoeren op volstrekt legale wijze?

Vanaf 1 maart 2017 kan je op 100% legale wijze een beroep doen op een dienstverlener via ListMinut of werken via platformen zoals ListMinut! De wet op de collaboratieve economie biedt inderdaad een duidelijk en gunstig fiscaal kader om zijn inkomen volstrekt legaal aan te vullen. Een particulier mag vanaf nu tot € 5.100 verdienen (voor het kalenderjaar 2017) zonder zijn statuut te moeten wijzigen. Deze € 5.100 zullen rechtstreeks worden belast tegen een belastingtarief van 10% (in plaats van de voormalige 33%). Nog een voordeel van deze nieuwe wet? Je moet zelf niets doen, ListMinut doet het allemaal! Je inkomsten via ListMinut aangeven wordt een koud kunstje.

Jobs_economie_collaborative

Veelgestelde vragen

Ja, de voorwaarden waaraan moet voldaan worden om als elektronisch platform te worden erkend, werden opgenomen in een Koninklijk besluit van 12 januari 2017 (Belgisch Staatsblad van 24 januari 2017): Hier meer info
Het inkomen dat in het kader van de deeleconomie gegenereerd wordt, mag in het belastbaar tijdperk of in het vorige belastbare tijdperk niet hoger zijn dan 3.255 euro bruto (niet-geïndexeerd). Voor inkomstenjaar 2017 bedraagt dit 5.100 euro bruto geïndexeerd.

Het fiscaal gunstregime in het kader van de deeleconomie bestaat erin dat de helft van deze inkomsten vrijgesteld zijn van belastingen. De andere helft zal belast worden tegen een tarief van 20%, waardoor de reële belastingdruk slechts 10% zal bedragen op het geheel van de aldus verworven inkomsten.

Van zodra deze grens van 5.100 euro wordt overschreden, dan zullen alle inkomsten uit de beoogde dienstprestaties (en niet enkel de inkomsten die de grens van 5.100 euro overschrijden) geacht worden beroepsinkomsten te zijn.

Bovendien zal betrokkene dan niet meer kunnen vrijgesteld worden van de formaliteiten inzake de onderwerping aan het sociaal statuut voor zelfstandigen en zijn der normale regels inzake aansluiting en onderwerping van toepassing (o.a. inschrijving in de Kruispuntbank van de Ondernemingen, aanvraag BTW- nummer,…).

De grens wordt vastgesteld op 5.100 euro (geïndexeerd bedrag) per belastbaar tijdperk of vorige belastbaar tijdperk en niet per platform.
De vennootschap of VZW waarbinnen het erkend platform is ingericht, zal een specifieke fiscale fiche moeten opmaken voor de inkomsten uit de deeleconomie. Deze fiscale fiche zal telkens vóór 28 februari van het jaar na het inkomstenjaar door het platform langs elektronische weg worden ingediend bij de FOD Financiën en langs elektronische weg of op papier bezorgd worden aan de verkrijger van de inkomsten.

Op basis van deze fiscale fiche kan de verkrijger van de inkomsten vervolgens zijn belastingaangifte doen.
Het gunstregime in het kader van de deeleconomie is slechts van toepassing op belastingplichtige particulieren die bepaalde diensten leveren aan andere particulieren (wordt dus beoogd de “peer to peer”-relatie” tussen gelijkwaardige partijen en buiten elk professioneel kader).

Wat betreft uitkeringsgerechtigden: Gelieve hiervoor contact op te nemen met de bevoegde instellingen ter zake.

Wat betreft studenten: Om fiscaal als ten laste te worden beschouwd, mogen studenten tijdens het belastbaar tijdperk geen netto-belastbaar bedrag aan bestaansmiddelen hebben van meer dan 1.800 euro niet-geïndexeerd (3.200 euro voor inkomstenjaar 2017). Onder netto-bestaansmiddelen worden verstaan: alle regelmatige of occasionele inkomsten die al dan niet belastbaar zijn, met inbegrip van lonen, inkomsten van onroerende goederen, achterstallen, vakantiegeld, gewaarborgd inkomen,… Aangezien de inkomsten uit de deeleconomie als diverse occasionele inkomsten dienen beschouwd te worden, zullen zij inderdaad in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de maximale netto-bestaansmiddelen voor studenten om fiscaal ten laste te blijven van de ouders.

De diensten in het kader van de deeleconomie moeten worden verleend door een belastingplichtige particulier en dus buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid. De diensten die via een platform worden aangeboden mogen dan ook geen diensten zijn die nauw verbonden zijn met een activiteit die de belastingplichtige als zelfstandige verricht of met de activiteit van de vennootschap waarvan hij bedrijfsleider is.

Het feit dat een belastingplichtige een activiteit uitoefent als zelfstandige belet echter niet dat hij via een erkend platform diensten kan verlenen die in aanmerking komen voor het nieuwe fiscaal stelsel op het stuk van de inkomstenbelasting, op voorwaarde natuurlijk dat de diensten die via het platform worden aangeboden geen verband houden met zijn activiteit als zelfstandige.

De voorbereidende werken van de wetgeving op de deeleconomie geven het volgende voorbeeld in dit verband:

“Een werknemer in de bouwsector die zijn diensten aanbiedt als stukadoor via een erkend platform, komt in aanmerking voor de toepassing van de nieuwe regeling. De stukadoordiensten die worden aangeboden door een zelfstandige aannemer van bouwwerken of een bedrijfsleider van een bouwbedrijf, komen niet in aanmerking voor de voorgestelde regeling. Met de nieuwe regeling wil de regering werknemers immers aanmoedigen om te proeven van een zelfstandige activiteit, om dan later eventueel de overstap te maken naar een volwaardige zelfstandige activiteit of zelfstandigen de kans geven om een andere beroepsactiviteit uit te proberen. Het is echter geenszins de bedoeling dat zelfstandigen een deel van hun activiteit zouden verschuiven naar het nieuwe fiscale stelsel.”

De vraag of een zelfstandig loodgieter die occasioneel tuinen onderhoudt via een erkend platform in aanmerking kan komen voor het gunstregime in het kader van de deeleconomie, lijkt ons op het eerste zicht positief beantwoord te kunnen worden.

Immers, de diensten die betrokkene levert via het erkend platform, lijken geen direct verband te houden met zijn activiteit als zelfstandig loodgieter. Langs deze weg kan betrokkene bovendien een andere beroepsactiviteit uitproberen, zonder alle administratieve formaliteiten van dien.
Het Koninklijk besluit dat de erkenningsvoorwaarden voor de platformen bepaalt (zie bovenstaand), somt eveneens de gegevens op die moeten vermeld worden op de fiscale fiches die jaarlijks door de platformen moeten worden afgeleverd.

Één van deze gegevens is inderdaad de identiteit van de verkrijger van de inkomsten en zijn rijksregisternummer.

De reden waarom deze gegevens dienen meegedeeld te worden, is opdat de FOD Financiën de verkrijger van de inkomsten zou kunnen identificeren (dit gebeurt in eerste instantie aan de hand van het rijksregisternummer. Wanneer de verkrijger echter niet over een rijksregisternummer beschikt, dan gebeurt dit aan de hand van de geboortedatum, voornaam, naam en het volledige adres).

De reden waarom de FOD Financiën de verkrijger van de inkomsten moet kunnen identificeren, is uiteraard om na te gaan of betrokkene aan alle voorwaarden voldoet (zie later) om in aanmerking te kunnen komen voor het gunstregime van de deeleconomie (bv. indien betrokkene via meerdere platformen zou werken, verdient hij dan niet meer dan de toegelaten grens, …).
Het gunstregime in het kader van de deeleconomie is slechts van toepassing op belastingplichtige particulieren die bepaalde diensten leveren aan andere particulieren (wordt dus beoogd de “peer to peer”-relatie” tussen gelijkwaardige partijen en buiten elk professioneel kader).
Om een antwoord te geven op vragen met een internationaal karakter, dienen wij een zicht te hebben op de ganse context. Stuur ons gerust een e-mail.
Deze problematiek wordt niet uitvoerig besproken in de wetgeving ter zake.

In de voorbereidende werken van de wetgeving op de deeleconomie, lezen we wel het volgende:

“De regering stelt voor om een specifieke regeling in te voeren voor inkomsten uit diensten zoals het onderhouden van een tuin, het verstellen van kledij of het geven van gitaarles, (maar niet leveringen van goederen) die een belastingplichtige particulier levert aan een andere particulier (buiten de beroepswerkzaamheid) door tussenkomst van een online platform dat erkend is of georganiseerd wordt door de overheid.”

De vraag of de dienstverlener in het kader van de deeleconomie over een bepaalde erkenning moet beschikken die nodig is voor het verrichten van bepaalde diensten/ werken (waarover professionelen moeten beschikken indien zij het werk zouden verrichten), overstijgt mogelijk “de geest van de wetgeving” in de zin dat men zich misschien de vraag moet stellen of de uitvoering van dergelijke diensten/ werken waarvoor een erkenning vereist is, het toepassingsgebied van de deeleconomie niet overstijgt… Is de wetgeving inzake gereglementeerde beroepen wel verenigbaar met de diensten van de deeleconomie en omgekeerd?

Een concreet voorbeeld zegt meer dan duizend woorden

Stel je een tuinonderhoud voor dat via ListMinut moet gebeuren: een aanvrager doet een beroep op iemand die graag tuiniert en fulltime in een voedingsbedrijf werkt. Van zodra hij wat vrije tijd heeft, werkt deze dienstverlener in zijn tuin, en nu besluit hij zich op ListMinut te registreren om zijn inkomen aan te vullen met een bezigheid die hij dolgraag doet. Zijn profiel bevalt alle aanvragers en hij werkt meer en meer via ListMinut. Hij benadert zelfs de toegestane € 5.100 per jaar en begint zich af te vragen of hij geen professionele tuinman zou worden: het is tenslotte zijn passie en de klanten stellen zijn werk op prijs. Bij het naderen van deze limiet, waarschuwt ListMinut hem dat het tijd is om eventueel een verandering van zijn statuut naar zelfstandige of zelfstandige in bijberoep te overwegen als hij via het platform wil blijven werken. Vanaf € 5.101 moet de dienstverlener van statuut veranderen, en de eerste € 5.100 euro zullen dan als beroepsinkomsten worden belast.

Kortom, een beroep doen op een dienstverlener of werken via ListMinut is eenvoudig en 100% legaal!